U bevindt zich hier: Home Het Museum Nu in het museum
dinsdag, 10 januari 2017 12:37

Tussen Artis en Nieuwe Ooster Theo Thijssen in Amsterdam-Oost

Theo Thijssen groeide op in de Jordaan en Oud-West, maar in de tweede helft van zijn leven (1912-1943) woonde hij in Amsterdam-Oost: lang in de Transvaalbuurt, kort in de Watergraafsmeer. Al sinds 1902 werkte hij als onderwijzer in de Oosterparkbuurt, tot 1921. En in 1943 werd hij begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats. Wat betekende Oost voor hem? Hoe zagen zijn woningen er uit? Wie waren zijn buren en hoe ging hij met ze om? Met welke bekende buurtgenoten had hij contact? Hoe liep hij van huis naar school? Waar wandelde hij met zijn leerlingen? Welke kapper knipte zijn walrussnor? En wat schreef hij over zijn buurt? Daarover gaat deze tentoonstelling in het Theo Thijssen Museum.

Theo Thijssen was vanaf 1899 onderwijzer op scholen in Amsterdam-Oost, het langst op Openbare Lagere School No. 104 aan de rand van het Oosterpark.  Sinds 1909 woonde hij kort in de Pretoriusstraat en lang (1913-1937) aan de rand van het Pretoriusplein (nu Steve Bikoplein), daarna tot zijn dood in 1943 op de Hogeweg en Bredeweg in de Watergraafsmeer. Maar in de expositie en begeleidende brochure passeren veel meer plekken in Oost. Zoals Artis, het Oosterpark en de Ringdijk, waar hij met zijn leerlingen wandelde. En de twee Ajax-stadions langs de Middenweg!

Onderdeel van de tentoonstelling is ook een gefilmd interview met Rachel Polak-de Jong (105!). Opgegroeid op het Transvaalplein, en weduwe van Jaap Polak, die bij meester Thijssen in de klas zat en ook na de lagere school nauw contact met hem hield. Deze korte film is gemaakt door Mirjam Vogt en Peter-Paul de Baar.

De scholen van Theo Thijssen

Op de allereerste na, stonden alle scholen waar Thijssen lesgaf ten oosten van de Amstel. Nadat hij in mei 1898 met zijn Haarlemse kweekschooldiploma op zak in Amsterdam was teruggekeerd, kreeg hij (sinds kort wonend in OudWest) in juli 1898 een tijdelijke baan op de Van Oldenbarneveldtkade (nu -plein). Daarna gaf hij les op scholen op de Mauritskade en aan het Hortusplantsoen, tot hij in 1902 werd aangesteld bij Openbare Lagere School No. 104 in de Tweede Boerhaavestraat 80, hoek Oosterpark. De scholen waren tot 1920 naar stand verdeeld. Voor de armsten waren er de ‘kosteloze scholen’ alias ‘nummerscholen’, voor middenstandskinderen de ‘letterscholen’ (bescheiden schoolgeld) en voor de elite de ‘naamscholen’ (hoog schoolgeld). Op Openbare Lagere School Lr. W, aan het Hortusplantsoen, werkte Thijssen niet lang, maar belangrijke jaren waren het wel. Waarschijnlijk in 1899 werd hij als 21-jarige lid van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers, in 1901 werd hij medewerker Jan Ligtharts blad School en Leven. Op school raakte hij bevriend met collega Johanna Maria (Jo) Zeegerman, handwerkonderwijzeres, die hem mede-lid maakte van de Amsterdamsche Onderwijzers Tooneelvereeniging (AOT). In 1906 trouwden ze – maar drie jaar later al was Jo dood. Met zijn tweede vrouw verhuisde Thijssen naar Oost. Een mede-AOT-acteur was Jan Soederhuijzen. Hij zal Thijssen in 1902 hebben geattendeerd op de vacature bij Openbare Lagere School No. 104. Daar bleef hij tot 1921, toen hij bezoldigd bestuurder werd van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers. Tot 1921 werkte Theo Thijssen op ‘nummerschool’ (dus armenschool) 104, aan de rand van het Oosterpark. Die is ook duidelijk het decor van Thijssen romans Schoolland en De gelukkige klas. Halverwege die tijd verhuisde Thijssen vanuit (Oud-)West naar de Transvaalbuurt in Oost.

Transvaalbuurt

Met zijn Jo Zeegerman woonde Thijssen in de De Clercqstraat, vlak bij de Jordaan van zijn jeugd. Met zijn tweede vrouw Geertje Dade verhuisde hij in 1909 naar de Transvaalbuurt in Oost: tot 1913 Pretoriusstraat 44, sinds 1913 Laing’s Nekstraat 34. Dat laatste huis stond op de hoek van het Pretoriusplein, dat sinds 1978 Steve Bikoplein heet. Het hele blok was gebouwd in opdracht van de Amsterdamsche Coöperatieve Onderwijzers-Bouwvereeniging, waarvan Thijssens bestuurder werd. Ook Thijssens zus Saar en zijn jongste broer Jan woonden in de Transvaalbuurt. Naaste buren waren Jan Soederhuijzen en Jan van Dijke, medeleden van de onderwijzersbond. Met hen, broer Jan en tijdelijk ook onderwijzer/journalist/ literator A.M. de Jong had Thijssen wekelijkse kaartavondjes. Soederhuijzen was bovendien collega op school No. 104; samen schreven ze rekenboekjes. Meer dan de helft van de Transvaalbuurtbevolking was joods, Het waren veelal grote gezinnen, weggetrokken uit de overbevolkte en verkrotte oude Jodenhoek rond het Waterlooplein. Grote kwestie in de buurt was de gelijkvloerse spoorwegovergang in de Linnaeusstraat. Thijssen wijdde er een column aan. Dankzij wethouder Monne de Miranda, oud-Pretoriusstrater, kwam daar in 1937 een spoorviaduct.

CITAAT VAN DE MAAND

Ons Jong-Zijn

“Als wij met vuur redeneren over sommige zaken, als wij met zekeren vrijmoedigheid ideeën opwerpen; als we ons af en toe eens niet verbergen, dat we ons bestaan voelen, dan kan men ons dikwijls zoo koud-ontnuchterend toevoegen: ‘Weet je wel, hoe jong je nog bent?’ (…) Wij zijn de toekomstige maatschappij; van ons hangt de loop der wereldgebeurtenissen in de volgende halve eeuw voor het grootste deel af. En dat onze invloed pas begint in de jaren, die nog komen moeten, is dat een reden, om ons bestaan nu te ontkennen? Zijn de jaren, die komen minder gewichtig dan die zijn? Neen; ze zijn gewichtiger, want de wereld gaat vooruit...”

Hoofdredacteur Theo Thijssen (18) in Baknieuws, weekblad voor kweekschoolleerlingen, juni 1897 - 68 jaar vóór Provo..

 

Navigeer

Locatie

    • Eerste Leliedwarsstraat 16
    • 1015 TA Amsterdam
    • 020-4207119
    • Donderdag t/m zondag van 12.00 - 17.00

 

Nieuwsbrief

 

 

Familie Familie