U bevindt zich hier: Home Theo Thijssen Boeken Het grijze kind (1927)
donderdag, 02 april 2015 19:56

Het grijze kind (1927)

Dit boek, dat naar opzet en vorm geheel verschilt van Thijssens andere werk, bevat het verhaal over een klein-burgerlijk gezin, gezien door de ogen van een kind met de blik van een volwassene, Henricus van der Stadt. Het werd eerst anoniem gepubliceerd in School en Huis (1926-1927). Thijssen zelf vond het zijn beste boek, wellicht omdat hij zich hierin het meest wist los te maken van zijn autobiografische bagage. Het is ook het meest satirische boek van Thijssen, waarin gehakt wordt gemaakt van hypocrisie en misplaatst standsbesef.

CITAAT VAN DE MAAND

Mijn mooiste herinnering uit de tijd van opa Thijssen is die van de oudejaarsavond van het jaar 1884. We‑‑vader, moeder, ik en m'n broertje en zusje--zijn daar toen `'t ouwe en nieuwe gaan houden'. 't Zusje sliep al gauw en Henk werd ook al spoedig ergens in een bed gestopt, toen hij `omviel van de slaap'. Maar ik mocht langer opblijven en in plaats van slaperig werd ik hoe langer hoe wakker­der. Het gezelschap dronk warme pons en zong van `laat ons drinken, laat ons klinken, laat ons samen vrolijk zijn' en later op de avond op aandringen van opa, het `Wien Neerlandsch Bloed' en speelde loterij met de kaarten. Ik was de held van de avond; telkens vroeg me een oom of tante: `Is het nog geen twaalf uur?' En dan keek ik op de klok en deelde nauwgezet mee: `Nee, nog lang niet, 't is pas tien minuten voor half elf,' of zoiets. De ver­bazing was algemeen, elke keer als ik, vijfjarige, zo knap bleek en mijn moeder vertelde dat ik mezelf dat klokkijken had geleerd en dat ik nooit slaap had: `Je zal zien, om twaalf uur is-ie nog net zo helder als midden op de dag, ja, 't is ons waakzame haantje, zeg ik altijd.'

(Theo Thijssen, In de ochtend van het leven.)

 

Navigeer

Locatie

    • Eerste Leliedwarsstraat 16
    • 1015 TA Amsterdam
    • 020-4207119
    • Donderdag t/m zondag van 12.00 - 17.00

 

 

Familie Familie