U bevindt zich hier: Home Theo Thijssen Boeken Barend Wels (1908)
donderdag, 02 april 2015 19:55

Barend Wels (1908)

In zijn allereerste roman, verschenen bij C.A.J. van Dishoeck te Bussum, die zijn vaste uitgever zou worden, beschrijft Thijssen, (zoals hij het later zelf samenvat) 'de worsteling van een nog niet gerijpte persoonlijkheid met een klas'. Barend Wels is aanhoudend bezig krampachtig orde te houden; intussen streeft hij ernaar door het behalen van extra aktes zo snel mogelijk weg te komen uit het lager onderwijs. Aan het eind van de roman komt hij tot beter inzicht. 'Toen kon Barend Wels onderwijzer worden.' In dit boek toonde Thijssen al zijn satirisch talent, vooral in de dialogen.
Van 1905 tot 1907 publiceerde hij het verhaal al in afleveringen in het door hem zelf opgerichte kritische onderwijzersblad De Nieuwe School, onder het pesudoniem Otto L. Fieggen.

Meer in deze categorie: Jongensdagen (1909) »

CITAAT VAN DE MAAND

“Daar waren ze de gracht afgerend; en ja, hoor, op de brug, daar liep een jongen, een werkjongen met een lange broek; en over z'n hoofd hing z'n zwembroekje te drogen; z'n wangen waren blauw. Ze stonden met z'n vieren den jongen aan te gapen; hij, fluitend, kwam vlak langs ze. „Fijn water?" vroeg de brutale Klaas hem. De werkjongen was natuurlijk beledigd. „Watte?" snauw- de hij, en hij maakte een gebaar om Klaas weg te jagen. Maar Ko en Ay en Henk drongen tegen hem aan; en Ko gaf hem kleine duwtjes en zei: „As je lef hebt, moet je met mij beginners. 'k Ben nogal bang voor je lange broek!" De werkjongen keek ze alle drie met minachting aan; maar hij deed niets, en liep door. Klaas stond op 'n eerbiedigen afstand en riep hem na: „He zeg! He! Een kwartje asje op je broek trapt!"      

(Jongensdagen”, blz. 35,36)

 

Navigeer

Locatie

    • Eerste Leliedwarsstraat 16
    • 1015 TA Amsterdam
    • 020-4207119
    • Donderdag t/m zondag van 12.00 - 17.00

 

 

Familie Familie