U bevindt zich hier: Home Theo Thijssen Boeken In de ochtend van het leven (1941)
donderdag, 02 april 2015 20:00

In de ochtend van het leven (1941)

'In de boeken die men voor mijn jeugdherinneringen aanziet, schrijft Thijssen in de inleiding van deze memoires'. 'heb ik, voor zover mij dat bewust is, nergens iets beschreven dat mij persoonlijk overkomen is. Zij waren zuiver fantasie. Natuurlijk is het mogelijk dat buiten mijn weten om toch een totaal vergeten jeugdherinneringen tot een romanstukje is geworden. Maar dan heb ik een moment van inzinking gehad, een ogenblik van verslapping in de tucht die een schrijver zich dient op te leggen.' Die laatste zinnen halen de eerste weer helemaal ironisch onderuit, en terecht: zodra Thijssen in dit boek echt gaat vertellen hoe het toeging in zijn jeugd, vallen meteen de parallellen op met Kees de jongen, Het taaie ongerief en Jongensdagen. Al blijkt ook dat hij in die romans  precies die herinneringen gebruikten die pasten in de thematiek van het betreffende boek en daarnaast zijn fantasie de vrije loop liet.
Dit prachtige en meeslepende boek biedt ook nog eens terloops een schat aan materiaal voor stadshistorici, sociaal-historici en cultuurhistorici.

Meer in deze categorie: « Een bonte bundel (1935)

CITAAT VAN DE MAAND

Mijn mooiste herinnering uit de tijd van opa Thijssen is die van de oudejaarsavond van het jaar 1884. We‑‑vader, moeder, ik en m'n broertje en zusje--zijn daar toen `'t ouwe en nieuwe gaan houden'. 't Zusje sliep al gauw en Henk werd ook al spoedig ergens in een bed gestopt, toen hij `omviel van de slaap'. Maar ik mocht langer opblijven en in plaats van slaperig werd ik hoe langer hoe wakker­der. Het gezelschap dronk warme pons en zong van `laat ons drinken, laat ons klinken, laat ons samen vrolijk zijn' en later op de avond op aandringen van opa, het `Wien Neerlandsch Bloed' en speelde loterij met de kaarten. Ik was de held van de avond; telkens vroeg me een oom of tante: `Is het nog geen twaalf uur?' En dan keek ik op de klok en deelde nauwgezet mee: `Nee, nog lang niet, 't is pas tien minuten voor half elf,' of zoiets. De ver­bazing was algemeen, elke keer als ik, vijfjarige, zo knap bleek en mijn moeder vertelde dat ik mezelf dat klokkijken had geleerd en dat ik nooit slaap had: `Je zal zien, om twaalf uur is-ie nog net zo helder als midden op de dag, ja, 't is ons waakzame haantje, zeg ik altijd.'

(Theo Thijssen, In de ochtend van het leven.)

 

Navigeer

Locatie

    • Eerste Leliedwarsstraat 16
    • 1015 TA Amsterdam
    • 020-4207119
    • Donderdag t/m zondag van 12.00 - 17.00

 

 

Familie Familie