U bevindt zich hier: Home Het Museum Nieuws Het Museum
Het Museum

Het Museum (34)

Subcategorieën

Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) was Nederland neutraal, maar de oorlog bleef hier niet zonder gevolgen. Honderdduizenden Nederlandse mannen werden gemobiliseerd en ruim een miljoen berooide Belgische vluchtelingen staken de grens over. Naarmate de oorlog langer duurde, zorgden prijsstijgingen en schaarste aan levensmiddelen en brandstof voor groeiende sociale ellende. Meermalen openden militairen in Amsterdam het vuur op rode demonstraties. 
Ook de Amsterdamse schoolmeester Theo Thijssen (1879-1943) werd in augustus 1914 onder de wapenen werd geroepen. Deze tentoonstelling laat zien hoe hij en andere schrijvers uit zijn tijd in hun werk terugkeken op de oorlog waaraan Nederland niet deelnam.


Ook dit jaar organiseert het Theo Thijssen Museum weer rondleidingen door het Amsterdam van Theo Thijssen. De meeste wandelingen gaan door de Jordaan, met verschillende thama's.  De Jordaan was niet alleen het decor van zijn jeugd, maar ook van een aantal van zijn boeken: Kees de jongen, Jongensdagen, Het taaie ongerief en In de ochtend van het leven. Eén wandeling voert door het Amsterdam-Oost van Theo Thijssen, waarover we in 2016 een tentoonstelling hadden.  

1. Zondag 22 april - De Jordaan van Theo Thijssen, o.l.v. Peter-Paul de Baar

2. Zondag 27 mei – Tussen Artis en Nieuwe Ooster o.l.v. Hans Huijboom. Deze wandeling start om 13.00 uur bij de Muiderpoort (hoek Plantage Middenlaan/Sarphatistraatr) en eindigt circa 15.30 uur bij begraafplaats De Nieuwe Ooster. Deelname kost € 10,- inclusief brochure.

3. Zondag 19 augustus  - De rode Jordaan ('{Palingoproertoer'), o.l.v.Dennis Bos..

4. Zondag 16 september -  De Jordaan van Theo Thijssen, o.l.v. Peter-Paul de Baar.

De wandelingen beginnen, tenzij anders vermeld, om 13.00 uur in het museum en duren ongeveer twee uur. Deelname kost € 7,50 per persoon, inclusief toegang tot het museum. S.v.p. contant betalen, pinnen is niet mogelijk. Voor Vrienden van Theo Thijssen (donateurs) is de deelname gratis.

Graag reserveren via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of 020 - 420 71 19. Mocht het weer niet meewerken, dan krijgt u daarvan bericht, dus laat bij het reserveren uw contactgegevens achter.

Voor de Amsterdamse schoenmakerszoon, schrijver, onderwijzer, vakbondsman en politicus Theo Thijssen waren zijn jaren op de Haarlemse Rijkskweekschool (1894 ?1898) bepalend. Hij leerde er (binnen en buiten het lesrooster) niet alleen lesgeven, maar ook viool- en pianospelen, voetballen, schrijven, organiseren, speechen en ageren. En dat gold niet alleen voor hem, al kreeg niet iedere aankomende onderwijzer een even goede leerschool...

Gerben Hellinga’s toneelbewerking van Kees de jongen gold in 1970 niet alleen als fraai staaltje van experimenteel toneel (hoofdrol gesplitst over twee acteurs: Hans Dagelet en Wim van der Grijn), maar markeerde bovendien het begin van de herwaardering van Thijssen als schrijver. Reden genoeg voor een theatrale tentoonstelling, met de originele kostuums van de twee Kezen, het bekrabbelde tekstboek van regisseur Peter Oosthoek, Theo Thijssens eigen luxe-exemplaar van Kees de jongen (bij de première door Thijssens ontroerde dochter Geertje aan Hellinga geschonken), foto’s van opvoeringen en repetities en op video de onvoltooide NCRV-tv-registratie van het toneelstuk. Omdat het museum daarvoor te klein was, werd de expositie op afstand geopend in theater Bellevue, waar onder leiding van Matthijs van Nieuwkerk (toen kunstredacteur van Het Parool) over het belang van het stuk werd gediscussieerd door Hellinga, Oosthoek, acteur Hans Dagelet en criticus Hans van den Bergh. Rick de Leeuw en zijn Tröckener Kecks zongen Kees- en Rosa-liederen – het begin van een warme band.

Het Filmmuseum was zondagmiddag 9 juni 1996 decor van een veelzijdig evenement, georganiseerd door de Stichting Theo Thijssen en Uitgeverij Bas Lubberhuizen. De bijeenkomst telde drie onderdelen: de presentatie van de fotobiografie Theo Thijssen, een beeld van zijn leven (samengesteld door Wieneke ’t Hoen, en door Jan Blokker, kleinzoon van Thijssens oude bovenmeester, aangeboden aan schoondochter Manna Thijssen-van der Schaaf), de voorvertoning van de videofilm Herinneringen aan Theo Thijssen en de opening van de tentoonstelling Het familiealbum in het Theo Thijssen Museum. De nieuwe tijdelijke expositie toonde een groot aantal onbekende foto’s uit het familieleven van Theo Thijssen, veelal genomen tijdens vakanties. Centraal stond een groepsfoto uit 1928, van Thijssen met vrouw, kinderen, zus, neven, nichten en buren, maar nog veel amusanter waren de foto’s van Thijssen in badpak op het strand van Castricum en Bergen. De vormgeving was eenmalig in handen van Marina Dogmanovic, uit de Nieuwe Leliestraat. Zij legde toepasselijk een laagje schelpenzand op de bodem van de vitrine. [Ill.:] Theo Thijssen met zijn gezin in 1916. (Coll. Theo Thijsen Museum)

Omdat kinderen een hoofdrol spelen in zijn werk, wordt Thijssen vaak voor kinderboekenschrijver versleten. Bijna al zijn romans schreef hij echter voor volwassenen, al ijverde hij vurig voor goede jeugdliteratuur. Zijn enige eigen kinderboek was Jongensdagen (1909), geïnspireerd op zijn vroegste tienerjaren op en rond de Brouwersgracht. Het werd geïllustreerd door Jan Sluijters, later een beroemd schilder. In de Stadsbibliotheek Haarlem bleken de oorspronkelijke tekeningen van Sluijters bewaard te zijn, waaronder een aantal dat om uiteenlopende redenen het boek niet haalde. Die waren nu eindelijk te zien, plus het oorspronkelijke bandontwerp, uitgeleend door de achterkleinzoon van Thijssens uitgever. Bovendien toonden we tientallen andere door Sluijters verluchte kinderboeken, uit de collectie van zijn kleinzoon, de dichter Jan Kuijper. Eventjes waren we zelfs een echt kunstmuseum, want we hadden maar mooi de Visvrouw (familiebezit) uit 1911 aan onze muur! Bij de opening op 8 februari vanuit de Theo Thijssenschool in de Anjeliersstraat hield expert Anne de Vries een inleiding en lazen leerlingen voor uit het boek. Tegelijk verscheen bij Lubberhuizen een herdruk van Jongensdagen, waarin ook de nooit eerder gepubliceerde platen waren opgenomen.

Alle boeken van Theo Thijssen verschenen voor het eerst bij uitgeverij C.A.J. van Dishoeck in Bussum. Thijssens band met zijn uitgever was meer dan zakelijk. Vandaar de titel van de wisseltentoonstelling: “Mijn vriend Van Dishoeck”. De expositie werd ditmaal geopend vanuit het P.C. Hoofthuis door de Amsterdamse antiquaar Eduard van Dishoeck, achterkleinzoon van de grondlegger van de uitgeverij, die uiteindelijk (via Agathon) opging in Unieboek. De vriendschap tussen Thijssen en drie generaties Van Dishoeck was de kern van de tentoonstelling in het Theo Thijssen Museum. Te zien waren portretten, foto’s, krantenartikelen, fondslijsten, reclamefolders, reclameborden en vele andere documenten. Plus (in een nieuwe boekenkast, ontworpen door vormgever/buurtgenoot Jeroen de Vries) een selectie van de boeken uit het fonds van Van Dishoeck die Thijssen (sinds 1907 in contact met de uitgever) zelf in de kast had staan. Conservator/samenstelster Wieneke werd ditmaal voor het eerst gesecondeerd door neerlandica Hinke Brinkman. [Ill.:] Briefhoofd van uitgeverij Van Dishoeck, ca. 1910.

De Jordaan van Theo Thijssen was niet alleen een buurt voor handarbeiders, maar ook voor talloze kleine middenstanders. Thijssens eigen vader was schoenmaker in het huidige museumpand. Aanleiding voor een expositie, die een schilderachtig beeld gaf van de vele winkeltjes en andere kleine bedrijfjes in de Jordaan rond 1900. Die werd – vanuit de filmzaal van het Amsterdams Historisch Museum – geopend door sociaal-geograaf prof.dr. Willem Heinemeijer, voorzitter van het Genootschap Amstelodamum. Een in de buurt verspreid verzoek om oude foto’s e.d. had niet veel opgeleverd; dat hadden we beter in Almere kunnen vragen. Maar in het Gemeentearchief en bij antiquaar Louis Putman vonden Wieneke en Hinke de prachtigste oude foto’s en prentbriefkaarten. Uit het Bevolkingsregister en adresboeken reconstrueerde Peter-Paul bovendien voor het omringende stukje Jordaan per huisnummer welke winkels en andere bedrijfjes daar in 1889 gevestigd waren. Daarvan is er nu nog maar één over: café De Reiger op de hoek van de Nieuwe Leliestraat en de Eerste Leliedwarsstraat, in Thijssens jeugd tapperij Groen. [c:] Lindengracht rond 1890. (Gemeentearchief Amsterdam)

Van Thijssen verschenen tien boeken, maar heel wat ander literair werk verscheen in bundels en bladen. Die teksten waren slechts bij een enkeling bekend, tot ze in 1999 verschenen in deel 4 van zijn Verzameld werk. Deze expositie ging nogal voorbarig open, want door omstandigheden verscheen het boek (eind 1998 verwacht) pas in augustus 1999. Dat was fnuikend voor de publiciteit, zodat dit ten onrechte onze slechts bezochte tentoonstelling werd. Te zien waren onder meer de allereerste literaire schetsen van Thijssen in Baknieuws (1897) en Elsevier’s Literair Maandschrift (1899) en zijn columns uit de jaren dertig in het weekblad Wij. [Ill.:] Illustratie bij column in weekblad Wij, 15 maart 1935.

Theo Thijssen raakte door zijn ervaringen op internationale onderwijscongressen in de jaren ’20 overtuigd van het nut van een ‘wereldtaal’. Die zou bijdragen aan de verbroedering tussen de arbeiders aller landen. Het taaie ongerief (La nevenkebla geno) werd door F. Faulhaber ook in die kunsttaal vertaald: nog steeds te koop in het museum. Op de tentoonstelling waren ook veel andere in het Esperanto vertaalde boeken te zien die: Het verraad van Thijssens vriend A.M. de Jong, de Bijbel, het dagboek van Anne Frank en een a?evering uit de Kuifje-serie. Verder werden Thijssens Esperanto-woordenboek getoond en het paspoort waarmee hij naar onderwijscongressen in Parijs, Bellinzona, Berlijn, Wenen, Praag en Santander reisde. Met deze tentoonstelling bereikte het museum een heel nieuw publiek. Nederland telt niet veel esperantisten meer, maar die kwamen wel allemaal naar de Jordaan. Deze expositie was de laatste die werd ingericht door Hinke Brinkman, krachtig ondersteund door Hans Stoovelaar en good old Wieneke ’t Hoen. De tentoonstelling werd op 2 oktober vanuit de verbondszaal (waarin Thijssen meermalen NVV-vergaderingen meemaakte) het Vakbondsmuseum geopend door voorzitter Ans Bakker-ten Hagen van de vereniging Esperanto Nederland. Het was een gedenkwaardige bijeenkomst:in het Esperanto hoorden we het verhaal van de zwembadpas, en ruim de helft van de zaal zong moeiteloos in die taal de Internationale. De vaste hap dineerde eenvoudig maar voedzaam in het Kof?ehuis van de Volksbond op het Kadijksplein – en we misten onze zieke voorzitter Rob Grootendorst. Hij overleed op 23 februari 2000.

CITAAT VAN DE MAAND

Wandelen met de meester

“Wij gingen met de meester wandelen. Naar de baarsjes en naar de slatuintjes. Wij gingen niet alles lopen, nee wij gingen met de tram. Wij stapten in bij het weesperpoort station. Toen reeden wij naar de Clercqstraat. Wij gingen de meester zijn hijs voorbij de meester woont in de Clercqstraat. We hebben ze zoontje gezien. Wij hebben ook een overtoom gezien en molensteenen. De meester zij tegen Cor van dijk dat hij wel één van die steenen mee naar huis kon nemen.”

(Opstel van een leerling, in 1908 in De Nieuwe School geciteerd door Theo Thijssen..

 

Navigeer

Locatie

    • Eerste Leliedwarsstraat 16
    • 1015 TA Amsterdam
    • 020-4207119
    • Donderdag t/m zondag van 12.00 - 17.00

 

 

Familie Familie