U bevindt zich hier: Home Het Museum Nieuws In memoriam Peter van Gestel (1937-2019), winnaar Theo Thijssen Prijs

In memoriam Peter van Gestel (1937-2019), winnaar Theo Thijssen Prijs

zondag, 10 maart 2019 20:27

Afgelopen vrijdag, 1 maart 2019, overleed Peter van Gestel,  81 jaar jong.
Hij debuteerde met de verhalenbundel Drempelvrees(1962),  bestemd voor volwassenen,  maar werd vooral bekend als jeugdboekenschrijver.  Dat begon in 1979 toen Aukje Holtrop hem aantrok als medewerker van ‘De blauw-geruite kiel’, de kinderpagina van Vrij Nederland.  In de jaren ’80 schreef hij voor de (door Paul Arnoldussen geredigeerde) kinderpagina ‘Goochem’ van Het Parool 250 stukjes over Ko Kruier, een 14-jarige Amsterdamse scholier, kuierend door de stad. Ze werden in 1984 en 1985 gebundeld.  Meervoudig bekroond werd Winterijs(2001),  over het onbegrip van niet-joden kort na 1945 over wat hun joodse stadsgenoten overkomen was.
In 2006 kreeg hij de Theo Thijssen-prijs voor zijn hele oeuvre.  De voornaam van Ko Kruier lijkt geen toeval. Hij lijkt sterk op Ko,  de hoofdpersoon uit Jongensdagen(1909),  het enige kinderboek van Theo (‘Do’) Thijssen.  Over dat boek komt overigens de komende zomer een tentoonstelling in het Theo Thijssen Museum!


Laten we afsluiten met het mooie gedicht dat Willem Wilmink opdroeg aan Peter van Gestel (maar eigenlijk ook aan zichzelf, zoals Elsbeth Etty in haar recente Wilmink-biografie laat zien):

 

“In de man zit nog een jongen
en die zal daar altijd blijven
en wie schrijver is geworden
zal daarover schrijven.”

CITAAT VAN DE MAAND

Mijn mooiste herinnering uit de tijd van opa Thijssen is die van de oudejaarsavond van het jaar 1884. We‑‑vader, moeder, ik en m'n broertje en zusje--zijn daar toen `'t ouwe en nieuwe gaan houden'. 't Zusje sliep al gauw en Henk werd ook al spoedig ergens in een bed gestopt, toen hij `omviel van de slaap'. Maar ik mocht langer opblijven en in plaats van slaperig werd ik hoe langer hoe wakker­der. Het gezelschap dronk warme pons en zong van `laat ons drinken, laat ons klinken, laat ons samen vrolijk zijn' en later op de avond op aandringen van opa, het `Wien Neerlandsch Bloed' en speelde loterij met de kaarten. Ik was de held van de avond; telkens vroeg me een oom of tante: `Is het nog geen twaalf uur?' En dan keek ik op de klok en deelde nauwgezet mee: `Nee, nog lang niet, 't is pas tien minuten voor half elf,' of zoiets. De ver­bazing was algemeen, elke keer als ik, vijfjarige, zo knap bleek en mijn moeder vertelde dat ik mezelf dat klokkijken had geleerd en dat ik nooit slaap had: `Je zal zien, om twaalf uur is-ie nog net zo helder als midden op de dag, ja, 't is ons waakzame haantje, zeg ik altijd.'

(Theo Thijssen, In de ochtend van het leven.)

 

Navigeer

Locatie

    • Eerste Leliedwarsstraat 16
    • 1015 TA Amsterdam
    • 020-4207119
    • Donderdag t/m zondag van 12.00 - 17.00

 

 

Familie Familie