U bevindt zich hier: Home Bijzondere Activiteiten Kees de jongenbrug

Kees de jongenbrug en Rosa Overbeekbrug

De Rosa Overbeekbrug, nog zonder naambordje, februari 2003. (Foto Paul Spies) De Rosa Overbeekbrug, nog zonder naambordje, februari 2003. (Foto Paul Spies)

Gemeentelijke molens draaien traag. Dat gold zeker ook voor de naamgeving van de nog naamloze bruggen nr. 123 en nr. 121 over de Bloemgracht. In februari 2001 verzocht de Stichting Theo Thijssen de gemeente om de twee bruggen te vernoemen naar Kees de jongen en Rosa Overbeek. Op zaterdag 8 maart 2003 was het eindelijk zover. De druilregen mocht de pret niet drukken. Na de opening van de fototentoonstelling over de Dag van de Zwembadpas toog het gezelschap naar de Bloemgracht. Daar legde stadsdeelwethouder Guido Frankfurther uit waarom ook de gemeente de bruggen graag naar Thijssens romanfiguren wilde noemen, las acteur Hans Dagelet (een van de toneel-Kezen en kleermaker Kraak in de film) fragmenten voor over de ontluikende liefde tussen Kees en Rosa en werden de bruggen tenslotte simultaan geopend door jonge acteurtjes die in de markt waren voor de
filmrollen van Kees en Rosa. Jan Eilander zong het Lied van de Zwembadpas en bleek voor de afwezige Rick de Leeuw niet onder te doen. Een feestelijk glas na afloop was op zijn plaats. 

CITAAT VAN DE MAAND

Mijn mooiste herinnering uit de tijd van opa Thijssen is die van de oudejaarsavond van het jaar 1884. We‑‑vader, moeder, ik en m'n broertje en zusje--zijn daar toen `'t ouwe en nieuwe gaan houden'. 't Zusje sliep al gauw en Henk werd ook al spoedig ergens in een bed gestopt, toen hij `omviel van de slaap'. Maar ik mocht langer opblijven en in plaats van slaperig werd ik hoe langer hoe wakker­der. Het gezelschap dronk warme pons en zong van `laat ons drinken, laat ons klinken, laat ons samen vrolijk zijn' en later op de avond op aandringen van opa, het `Wien Neerlandsch Bloed' en speelde loterij met de kaarten. Ik was de held van de avond; telkens vroeg me een oom of tante: `Is het nog geen twaalf uur?' En dan keek ik op de klok en deelde nauwgezet mee: `Nee, nog lang niet, 't is pas tien minuten voor half elf,' of zoiets. De ver­bazing was algemeen, elke keer als ik, vijfjarige, zo knap bleek en mijn moeder vertelde dat ik mezelf dat klokkijken had geleerd en dat ik nooit slaap had: `Je zal zien, om twaalf uur is-ie nog net zo helder als midden op de dag, ja, 't is ons waakzame haantje, zeg ik altijd.'

(Theo Thijssen, In de ochtend van het leven.)

 

Navigeer

Locatie

    • Eerste Leliedwarsstraat 16
    • 1015 TA Amsterdam
    • 020-4207119
    • Donderdag t/m zondag van 12.00 - 17.00

 

 

Familie Familie