U bevindt zich hier: Home Bijzondere Activiteiten Dag van het Taaie Ongerief

Dag van het Taaie ongerief, 2003

Job Cohen vertelt over zijn (betrekkelijke) kledingleed. (Foto Gerlinde de Geus) Job Cohen vertelt over zijn (betrekkelijke) kledingleed. (Foto Gerlinde de Geus)

Na het overdonderende succes van de Dag van de Zwembadpas, was het op zaterdagmiddag 31 augustus 2002 toch even knijpen voor de organisatoren van de Dag van het Taaie Ongerief: zouden we eindelijk door de mand vallen? Ter opening van de gelijknamige tentoonstelling in ons museum, even verderop, waren ook in en achter de Theo Thijssenschool in de Anjeliersstraat de “textiele jeugdtrauma’s” het thema.En voorwaar: opnieuw liep het storm. De klaslokalen en de speelplaats konden de enthousiaste bezoekers nauwelijks bergen. En er kon weer veel gelachen worden. Bijvoorbeeld om de kledingmisere van burgemeester Job Cohen, of die van oud-burgemeester Ed van Thijn. Cohen bekende nauwelijks kledingellende te hebben gekend, maar Van Thijn herinnerde zich nog die open gulp. En Simon Vinkenoog stond bij de Steun in de rij voor “wollen kousen met een groen randje, er speciaal ingeweven om te laten zien dat je ze van de bedeling had”. Voorts waren er heerlijke bijdragen van Elsbeth Etty (die Het taaie ongerief maar een akelig kleinburgerlijk boek vond), Karel Eykman, Lisette Lewin, Hans Vervoort, Guus Luijters en vele anderen, aan elkaar gepraat door een onvermoeibaar geestdriftige presentator Jan Meng. 

CITAAT VAN DE MAAND

Mijn mooiste herinnering uit de tijd van opa Thijssen is die van de oudejaarsavond van het jaar 1884. We‑‑vader, moeder, ik en m'n broertje en zusje--zijn daar toen `'t ouwe en nieuwe gaan houden'. 't Zusje sliep al gauw en Henk werd ook al spoedig ergens in een bed gestopt, toen hij `omviel van de slaap'. Maar ik mocht langer opblijven en in plaats van slaperig werd ik hoe langer hoe wakker­der. Het gezelschap dronk warme pons en zong van `laat ons drinken, laat ons klinken, laat ons samen vrolijk zijn' en later op de avond op aandringen van opa, het `Wien Neerlandsch Bloed' en speelde loterij met de kaarten. Ik was de held van de avond; telkens vroeg me een oom of tante: `Is het nog geen twaalf uur?' En dan keek ik op de klok en deelde nauwgezet mee: `Nee, nog lang niet, 't is pas tien minuten voor half elf,' of zoiets. De ver­bazing was algemeen, elke keer als ik, vijfjarige, zo knap bleek en mijn moeder vertelde dat ik mezelf dat klokkijken had geleerd en dat ik nooit slaap had: `Je zal zien, om twaalf uur is-ie nog net zo helder als midden op de dag, ja, 't is ons waakzame haantje, zeg ik altijd.'

(Theo Thijssen, In de ochtend van het leven.)

 

Navigeer

Locatie

    • Eerste Leliedwarsstraat 16
    • 1015 TA Amsterdam
    • 020-4207119
    • Donderdag t/m zondag van 12.00 - 17.00

 

 

Familie Familie