U bevindt zich hier: Home Het Museum Nieuws Het Museum
Het Museum

Het Museum (36)

Subcategorieën

Ook dit jaar organiseert het Theo Thijssen Museum weer rondleidingen door het Amsterdam van Theo Thijssen. De wandelingen zijn vooral gericht op de Jordaan De Jordaan was niet alleen het decor van zijn jeugd, maar ook van een aantal van zijn boeken: Kees de jongen, Jongensdagen, Het taaie ongerief en In de ochtend van het leven. Met het oog op de huidige tentoonstelling Tussen Artis en de Nieuwe Ooster: Theo Thijssen in Amsterdam-Oost worden er ook wandelingen in Amsterdam-Oost aan het vaste repertoire toegevoegd.

1. Zondag 2 april - Literatuur in de Jordaan o.l.v. Hans Huijboom

2. Zondag 21 mei – Tussen Artis en Nieuwe Ooster o.l.v. Peter-Paul de Baar. Deze wandeling start om 13.00 uur in het Hortusplantsoen, hoek Weesperstraat bij het schoolgebouw Hortusplantsoen nummer 1 en eindigt circa 15.30 uur bij begraafplaats De Nieuwe Ooster. Deelname kost € 10,- inclusief brochure.

3. Zondag 4 juni - Socialistenwandeling door de Jordaan o.l.v. Dennis Bos. Deze wandeling is geheel vernieuwd: een nieuwe route met nieuwe feiten.

4. Zondag 2 juli - Tussen Artis en Nieuwe Ooster o.l.v. Dennis Bos. Deze wandeling start om 13.00 uur in het Hortusplantsoen, hoek Weesperstraat bij het schoolgebouw Hortusplantsoen nummer 1 en eindigt circa 15.30 uur bij begraafplaats De Nieuwe Ooster. Deelname kost € 10,- inclusief brochure.

5. Zondag 6 augustus – de Jordaan in de literatuur o.l.v. Peter-Paul de Baar.

6. Zondag 3 september - Tussen Artis en Nieuwe Ooster. Deze wandeling start om 13.00 uur in het Hortusplantsoen, hoek Weesperstraat bij het Schoolgebouw Hortusplantsoen nummer 1 en eindigt circa 15.30 uur bij begraafplaats De Nieuwe Ooster. Deelname kost € 10,- inclusief brochure.

De wandelingen beginnen, tenzij anders vermeld, om 13.00 uur in het museum en duren ongeveer twee uur. Deelname kost € 7,50 per persoon, inclusief toegang tot het museum. S.v.p. contant betalen, pinnen is niet mogelijk. Voor Vrienden van Theo Thijssen (donateurs) is de deelname gratis.

Graag reserveren via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of 020 - 420 71 19. Mocht het weer niet meewerken, dan krijgt u daarvan bericht, dus laat bij het reserveren uw contactgegevens achter.

Theo Thijssen groeide op in de Jordaan en Oud-West, maar in de tweede helft van zijn leven (1912-1943) woonde hij in Amsterdam-Oost: lang in de Transvaalbuurt, kort in de Watergraafsmeer. Al sinds 1902 werkte hij als onderwijzer in de Oosterparkbuurt, tot 1921. En in 1943 werd hij begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats. Wat betekende Oost voor hem? Hoe zagen zijn woningen er uit? Wie waren zijn buren en hoe ging hij met ze om? Met welke bekende buurtgenoten had hij contact? Hoe liep hij van huis naar school? Waar wandelde hij met zijn leerlingen? Welke kapper knipte zijn walrussnor? En wat schreef hij over zijn buurt? Daarover gaat deze tentoonstelling in het Theo Thijssen Museum.

Theo Thijssen was vanaf 1899 onderwijzer op scholen in Amsterdam-Oost, het langst op Openbare Lagere School No. 104 aan de rand van het Oosterpark.  Sinds 1909 woonde hij kort in de Pretoriusstraat en lang (1913-1937) aan de rand van het Pretoriusplein (nu Steve Bikoplein), daarna tot zijn dood in 1943 op de Hogeweg en Bredeweg in de Watergraafsmeer. Maar in de expositie en begeleidende brochure passeren veel meer plekken in Oost. Zoals Artis, het Oosterpark en de Ringdijk, waar hij met zijn leerlingen wandelde. En de twee Ajax-stadions langs de Middenweg!

Onderdeel van de tentoonstelling is ook een gefilmd interview met Rachel Polak-de Jong (105!). Opgegroeid op het Transvaalplein, en weduwe van Jaap Polak, die bij meester Thijssen in de klas zat en ook na de lagere school nauw contact met hem hield. Deze korte film is gemaakt door Mirjam Vogt en Peter-Paul de Baar.

De scholen van Theo Thijssen

Op de allereerste na, stonden alle scholen waar Thijssen lesgaf ten oosten van de Amstel. Nadat hij in mei 1898 met zijn Haarlemse kweekschooldiploma op zak in Amsterdam was teruggekeerd, kreeg hij (sinds kort wonend in OudWest) in juli 1898 een tijdelijke baan op de Van Oldenbarneveldtkade (nu -plein). Daarna gaf hij les op scholen op de Mauritskade en aan het Hortusplantsoen, tot hij in 1902 werd aangesteld bij Openbare Lagere School No. 104 in de Tweede Boerhaavestraat 80, hoek Oosterpark. De scholen waren tot 1920 naar stand verdeeld. Voor de armsten waren er de ‘kosteloze scholen’ alias ‘nummerscholen’, voor middenstandskinderen de ‘letterscholen’ (bescheiden schoolgeld) en voor de elite de ‘naamscholen’ (hoog schoolgeld). Op Openbare Lagere School Lr. W, aan het Hortusplantsoen, werkte Thijssen niet lang, maar belangrijke jaren waren het wel. Waarschijnlijk in 1899 werd hij als 21-jarige lid van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers, in 1901 werd hij medewerker Jan Ligtharts blad School en Leven. Op school raakte hij bevriend met collega Johanna Maria (Jo) Zeegerman, handwerkonderwijzeres, die hem mede-lid maakte van de Amsterdamsche Onderwijzers Tooneelvereeniging (AOT). In 1906 trouwden ze – maar drie jaar later al was Jo dood. Met zijn tweede vrouw verhuisde Thijssen naar Oost. Een mede-AOT-acteur was Jan Soederhuijzen. Hij zal Thijssen in 1902 hebben geattendeerd op de vacature bij Openbare Lagere School No. 104. Daar bleef hij tot 1921, toen hij bezoldigd bestuurder werd van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers. Tot 1921 werkte Theo Thijssen op ‘nummerschool’ (dus armenschool) 104, aan de rand van het Oosterpark. Die is ook duidelijk het decor van Thijssen romans Schoolland en De gelukkige klas. Halverwege die tijd verhuisde Thijssen vanuit (Oud-)West naar de Transvaalbuurt in Oost.

Transvaalbuurt

Met zijn Jo Zeegerman woonde Thijssen in de De Clercqstraat, vlak bij de Jordaan van zijn jeugd. Met zijn tweede vrouw Geertje Dade verhuisde hij in 1909 naar de Transvaalbuurt in Oost: tot 1913 Pretoriusstraat 44, sinds 1913 Laing’s Nekstraat 34. Dat laatste huis stond op de hoek van het Pretoriusplein, dat sinds 1978 Steve Bikoplein heet. Het hele blok was gebouwd in opdracht van de Amsterdamsche Coöperatieve Onderwijzers-Bouwvereeniging, waarvan Thijssens bestuurder werd. Ook Thijssens zus Saar en zijn jongste broer Jan woonden in de Transvaalbuurt. Naaste buren waren Jan Soederhuijzen en Jan van Dijke, medeleden van de onderwijzersbond. Met hen, broer Jan en tijdelijk ook onderwijzer/journalist/ literator A.M. de Jong had Thijssen wekelijkse kaartavondjes. Soederhuijzen was bovendien collega op school No. 104; samen schreven ze rekenboekjes. Meer dan de helft van de Transvaalbuurtbevolking was joods, Het waren veelal grote gezinnen, weggetrokken uit de overbevolkte en verkrotte oude Jodenhoek rond het Waterlooplein. Grote kwestie in de buurt was de gelijkvloerse spoorwegovergang in de Linnaeusstraat. Thijssen wijdde er een column aan. Dankzij wethouder Monne de Miranda, oud-Pretoriusstrater, kwam daar in 1937 een spoorviaduct.

Ook deze zomer organiseert het Theo Thijssen Museum weer rondleidingen door het Amsterdam van Theo Thijssen. De wandelingen zijn vooral gericht op de Jordaan. Dat was niet alleen het decor van zijn jeugd, maar ook van een aantal van zijn boeken: Kees de jongen, Jongensdagen, Het taaie ongerief en In de ochtend van het leven. Dit jaar wordt er naar aanleiding van de tentoonstelling 'Theo Thijssen en de vrouwen' ook een wandeling met dat thema aan het vaste repertoire toegevoegd.

  1. Zondag 29 mei - Literatuur in de Jordaan o.l.v. Peter-Paul de Baar
  2. Zondag 19 juni - Theo Thijssen en de vrouwen o.l.v. Cees Hageman
  3. Zondag 21 augustus - Socialistenwandeling door de Jordaan o.l.v. Dennis Bos
  4. Zondag 18 september - Buiten de Raampoort: met Theo Thijssen door Oud-West

De wandelingen beginnen om 13.00 uur in het museum en duren ongeveer twee uur. Deelname kost € 7,50 per persoon, inclusief toegang tot het museum.
Voor Vrienden van Theo Thijssen (donateurs) is de deelname gratis.

Graag reserveren via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of 020 - 420 71 19.
Mocht het weer niet mee werken, dan krijgt u daarvan bericht, dus laat bij het reserveren uw contactgegevens achter.

 

Niet zonder reden is Theo Thijssen weleens (in modern jargon) een ‘mannen-man’ genoemd. En jazeker, vooral als jongeman voelde hij zich zeer thuis in de masculiene wereld van stoerheid en kameraadschap. Hoe dan ook waren vele vrouwen belangrijk voor hem: geliefd en minder geliefd, en in vele rollen. Moeders, echtgenotes, zussen, grootmoeders, tantes, zussen, dochter en schoondochters, winkeliersters, dienstbodes, schoolmeisjes, onderwijzeressen, jeugdboekenschrijfsters en andere ‘dames’.

Theo Thijssen (1879-1943) leefde in een tijd waarin mannen en vrouwen hun eigen, vaak strikt gescheiden rollen speelden. Hij groeide op in een Jordaans middenstandsgezin waarvan de vader een schoenmakerij dreef, tot zich in 1890 een ramp voltrok. Toen Theo elf jaar oud was overleed vader Sam Thijssen aan tuberculose. Moeder Alida Thijssen-Fieggen bleef achter met vijf kinderen en een zieltogende winkel.

In zijn jeugdherinneringen In de ochtend van het leven ruimde Thijssen een hoofdrol in voor zijn moeder, die er als winkelierster met bovenmenselijke inspanning in slaagde ‘haar span’ fatsoenlijk groot te brengen. Vol gevoel blikte hij als zestigjarige terug op wat zij voor haar kinderen had betekend: ‘Wat 'n moeder hebben wij gehad; wat 'n moeder!’ De jongenswereld waarin de kleine Theo zich bewoog zou hij later beschrijven in boeken als Jongensdagen en Het taaie ongerief, en natuurlijk in zijn bekendste werk: Kees de Jongen. Die boeken laten ook iets zien van de omgang tussen jongens en meisjes in de jaren voor 1900. De zwembadpas waarmee Kees en zijn vrienden door de stad vliegen, was uiteraard alleen aan hen voorbehouden en meisjes zijn allemachtig vreemde wezens. En toch… de gevoelens die Kees Bakels voor zijn klasgenote Rosa Overbeek ontwikkelt, leiden in Kees de jongen tot een eerste zoen zoals er sindsdien maar weinig beschreven zijn. Behalve schrijver van onvergetelijk proza, was Thijssen bovenal onderwijzer. In de ‘onderwijzersromans’ Barend Wels, Schoolland en De gelukkige klas laat Thijssen zien hoe maatschappelijke verwachtingspatronen ten aanzien van jongens en meisjes doorwerken in het onderwijs.

Behalve met de meisjes in zijn klas kreeg schoolmeester Thijssen te maken met vrouwelijke collega’s. Zijn eerste echtgenote was er een, en de vrouw met wie hij na haar overlijden hertrouwde. Hun maar al te begrijpelijke wens dat hun knappe man ‘hogerop’ zou komen, botste nogal eens met zijn pedagogische idealen. Ondertussen had de nuchtere pedagoog Thijssen weinig op met in zijn ogen wereldvreemde onderwijshervormsters en de moralistische schrijfsters van kinderboeken. In zijn afrekeningen met deze ‘modedotten’ kwam hij buitengewoon giftig uit de hoek komen. Maar in lijn met zijn onderwijzersbond en Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP; voorloper PvdA) verzette hij zich in de jaren ’30 vurig tegen het ontslag van huwende of al gehuwde onderwijzeressen . --

Moeder [Ill.; hogere resolautie op Picasa:] Het gezin Thijssen in 1916, met v.l.n.r. Theo, zonen Joop, Henk en Theo jr. vrouw Geertje Thijssen-Dade, dochter Geertje en inwonende moeder Alida Thijssen-Fieggen. In de tentoonstelling krijgt Thijssens moeder prominent de aandacht. Hij vereerde haar - hoe driftig ze ook kon zijn als de kinderen haar lastig vielen tijdens het ellendige doen van de was. Alida (‘Aal’) Fieggen (1858-1937), dochter van een timmerman in de Vinkenstraat, trouwde in 1878 met schoenmaker Samuel (‘Sam’) Thijssen. Ze gingen wonen in de Eerste Leliedwarsstraat en kregen zes kinderen, waarvan er één al na anderhalf jaar stierf. Nadat haar Sam in december 1890 aan tbc overleed begon zij een kruidenierszaak aan de Brouwersgracht. Daarnaast wist zij haar vijftal groot te brengen en een opleiding te laten volgen zonder dat het eeuwige geldgebrek zichtbaar was voor de buitenwacht. Toen de kinderen gingen verdienen, werd de winkel opgedoekt en verhuisde het gezin naar gloednieuwe bovenwoningen in (Oud-)West.. Na zijn tweede huwelijk, in 1912, nam Theo Thijssen zijn moeder bij zich in huis, in de Transvaalbuurt. “Als een leeuwin troonde zij achter het raam,” herinnerde zich een buurjongen. De moederfiguren in Thijssens boeken Kees de jongen, Jongensdagen en Het taaie ongerief zijn duidelijk naar haar gemodelleerd.

Twee vrouwen - of drie [Ill. Theo Thijssen Katwijk:] Theo Thijssen (zittend rechts) in 1919 op het Katwijkse strand met zijn vrouw Geertje (rechter strandstoel) en hun buren, het echtpaar Soederhuijsen (tent en linker strandstoel).
Theo Thijssen trouwde twee keer. Eerst (1906) met Jo Zeegerman, een paar jaar als handwerkonderwijzeres zijn collega op een school aan het Hortusplantsoen en daarna mede-lid van de Amsterdamsche Onderwijzers-Tooneelvereeniging. Helaas overleed zij al een paar maanden na de geboorte van Theo jr In 1909 hertrouwde hij met haar vriendin/collega-handwerkonderwijzeres Geertje Dade, die zich over de jonge weduwnaar en zijn baby had ontfermd. Zij baarde hem drie kinderen en overleefde hem tien jaar. Maar nog een derde vrouw beroerde zijn hart hevig: Marie Soederhuijzen-van Os. Thijssens buurvrouw in Oost en getrouwd met vriend Jan Soederhuijzen, collega-onderwijzer op de school tegenovet het Oosterpark waar hij tot 1921 les gaf. Anders dan Geertje deelde zij zijn belangstellingen. Maar scheiden was voor geen van beiden een optie…

Rosa Overbeek [Ill. :] Rosa kust Kees. ‘Fijnerd! Lieverd!” Tekening van Dick Matena.
En dan is er die onvergetelijke (fictieve) geliefde uit zijn jongensdagen: Rosa Overbeek! Begeerd door Thijssens alter ego Kees Bakels in Kees de jongen. Een jonge godin, met “eeuwig mooi haar”. “Kees merkte dat deze Rosa van de eerste dag af op hem lette. Zij ging met de andere meisjes niet om; natuurlijk niet, vond Kees. Zij verwonderde zich in stilte, zo dacht-ie, dat hij zich nog wel met de jongens bemoeide. Hij zou dit ook niet meer zo doen. Hij zou als 'n eenzame wijze denker z'n weg gaan. Als-ie 's avonds in z'n bed lag, dan dacht-ie daar zeer diep over na. Rosa Overbeek en hij, twee hoge geesten, die neer¬keken op al de anderen. Zoiets moest het zijn. Maar het was een beetje lastig het uit te voeren.” Na schooltijd loopt hij een keertje stiekem achter haar aan om te zien waar ze woont. De Reestraat! “ “Langzaam kwam-ie de brug over; recht voor hem uit, daar ging ze. Ze stapte schuin op een winkel af; ging misschien kijken naar de uitstalling? Nee, ze belde aan. Daar woonde ze dus, boven die winkel. Verrek, dat was die winkel waar-ie toen had staan kijken, waar ze die kleine chocoladelettertjes van vijf cent verkochten. Oók eventjes toevallig? Hij liep nog wat langzamer en bleef toen maar staan voor de uitstalkast van een boekenwinkeltje. Zij stond half tegen d’r trapdeur geleund, klaar om naar binnen te stappen; en ze keek onverschillig naar de voorbijgangers. Kees, voor het boekwinkeltje, loerde schuins. En plotseling bemerkte hij dat haar blik op hem viel; ze zag hem, en ze knikte hem doodgewoon toe! Hij was er even van in de war; toen maakte hij een voorzichtige groetbeweging met z’n hand... en meteen was ze verdwenen. Hij hoorde de klap van de deur die zij achter zich dicht sloeg. Hij was ontroerd.”

Winkeliersters, dienstbodes en werksters
Twee categorieën werkende vrouwen ontmoette Theo Thijssen veel in zijn Jordanese jeugd: winkeliersters en dienstbodes. Zijn moeder begon als dienstbode, stond daarna vaak achter de toonbank in de schoenmakerij van haar man en dreef vervolgens een eigen kruidenierszaak. Twee van Thijssens tantes hadden ook een winkeltje. En in de buurt waren vele andere winkeliersters/ Onder hen veel weduwen met kinderen: pensioen bestond nog niet, dus moesten ze wel blijven werken en in een winkelhuis konden ze dan ook nog een beetje op de kinderen letten. Theo’s tante Get was levenslang dienstbode. Omdat zonder wasmachines, stofzuigers en koelkasten het huishouden nog een gigantische klus was, was er aan dienstpersoneel een grote behoefte. Thijssens ouders konden zich geen dienstbode permitteren, maar wel een werkster, ‘Jans de schoonmaakster’. “Ze kwam elke zaterdag en moest precies alles doen wat moeder zei: de stoep schrobben en het binnenplaatsje; en de vloer van de winkel dweilen en het zeil in de opkamer wrijven, je kon duidelijk zien dat moeder de baas over d'r was. Maar dan ineens, dan zat ze met moeder een kopje koffie te drinken, met haar linker hand onder haar rechter elleboog, en dan leek het wel een tante die op visite was, behalve dan d'r kleren die waren armoedig. Dan maakte ze moeder aan 't lachen en moeder haar ook. Als de koffie op was, dan ging Jans weer aan 't werk, moeder was weer de baas.”

Op de bres voor getrouwde juffen
In de jaren ’30 dreef de rechtse regering door dat onderwijzeressen die trouwden hun baan kwijt raakte. Vanaf 1937 werden zelfs alle al getrouwde juffen ontslagen. Op een openbare protestvergadering tegen het wetsontwerp in juli1934 dreef Thijssen de spot met het eerste wetsontwerp: “ “Ten slotte sprak de heet Th.J. Thijssen, lid van de Tweede Kamer, die het ontwerp er eem uit vervlogen gewaanden tijd noemde, uit den tijd, waarin de vrouw niet mocht fietsen, zwemmen, alleen uitgaan of eigen vertering betalen. (Gelach.)” Het mocht niet baten

Voor de Amsterdamse schoenmakerszoon, schrijver, onderwijzer, vakbondsman en politicus Theo Thijssen waren zijn jaren op de Haarlemse Rijkskweekschool (1894 ?1898) bepalend. Hij leerde er (binnen en buiten het lesrooster) niet alleen lesgeven, maar ook viool- en pianospelen, voetballen, schrijven, organiseren, speechen en ageren. En dat gold niet alleen voor hem, al kreeg niet iedere aankomende onderwijzer een even goede leerschool...

Gerben Hellinga’s toneelbewerking van Kees de jongen gold in 1970 niet alleen als fraai staaltje van experimenteel toneel (hoofdrol gesplitst over twee acteurs: Hans Dagelet en Wim van der Grijn), maar markeerde bovendien het begin van de herwaardering van Thijssen als schrijver. Reden genoeg voor een theatrale tentoonstelling, met de originele kostuums van de twee Kezen, het bekrabbelde tekstboek van regisseur Peter Oosthoek, Theo Thijssens eigen luxe-exemplaar van Kees de jongen (bij de première door Thijssens ontroerde dochter Geertje aan Hellinga geschonken), foto’s van opvoeringen en repetities en op video de onvoltooide NCRV-tv-registratie van het toneelstuk. Omdat het museum daarvoor te klein was, werd de expositie op afstand geopend in theater Bellevue, waar onder leiding van Matthijs van Nieuwkerk (toen kunstredacteur van Het Parool) over het belang van het stuk werd gediscussieerd door Hellinga, Oosthoek, acteur Hans Dagelet en criticus Hans van den Bergh. Rick de Leeuw en zijn Tröckener Kecks zongen Kees- en Rosa-liederen – het begin van een warme band.

Het Filmmuseum was zondagmiddag 9 juni 1996 decor van een veelzijdig evenement, georganiseerd door de Stichting Theo Thijssen en Uitgeverij Bas Lubberhuizen. De bijeenkomst telde drie onderdelen: de presentatie van de fotobiografie Theo Thijssen, een beeld van zijn leven (samengesteld door Wieneke ’t Hoen, en door Jan Blokker, kleinzoon van Thijssens oude bovenmeester, aangeboden aan schoondochter Manna Thijssen-van der Schaaf), de voorvertoning van de videofilm Herinneringen aan Theo Thijssen en de opening van de tentoonstelling Het familiealbum in het Theo Thijssen Museum. De nieuwe tijdelijke expositie toonde een groot aantal onbekende foto’s uit het familieleven van Theo Thijssen, veelal genomen tijdens vakanties. Centraal stond een groepsfoto uit 1928, van Thijssen met vrouw, kinderen, zus, neven, nichten en buren, maar nog veel amusanter waren de foto’s van Thijssen in badpak op het strand van Castricum en Bergen. De vormgeving was eenmalig in handen van Marina Dogmanovic, uit de Nieuwe Leliestraat. Zij legde toepasselijk een laagje schelpenzand op de bodem van de vitrine. [Ill.:] Theo Thijssen met zijn gezin in 1916. (Coll. Theo Thijsen Museum)

Omdat kinderen een hoofdrol spelen in zijn werk, wordt Thijssen vaak voor kinderboekenschrijver versleten. Bijna al zijn romans schreef hij echter voor volwassenen, al ijverde hij vurig voor goede jeugdliteratuur. Zijn enige eigen kinderboek was Jongensdagen (1909), geïnspireerd op zijn vroegste tienerjaren op en rond de Brouwersgracht. Het werd geïllustreerd door Jan Sluijters, later een beroemd schilder. In de Stadsbibliotheek Haarlem bleken de oorspronkelijke tekeningen van Sluijters bewaard te zijn, waaronder een aantal dat om uiteenlopende redenen het boek niet haalde. Die waren nu eindelijk te zien, plus het oorspronkelijke bandontwerp, uitgeleend door de achterkleinzoon van Thijssens uitgever. Bovendien toonden we tientallen andere door Sluijters verluchte kinderboeken, uit de collectie van zijn kleinzoon, de dichter Jan Kuijper. Eventjes waren we zelfs een echt kunstmuseum, want we hadden maar mooi de Visvrouw (familiebezit) uit 1911 aan onze muur! Bij de opening op 8 februari vanuit de Theo Thijssenschool in de Anjeliersstraat hield expert Anne de Vries een inleiding en lazen leerlingen voor uit het boek. Tegelijk verscheen bij Lubberhuizen een herdruk van Jongensdagen, waarin ook de nooit eerder gepubliceerde platen waren opgenomen.

Alle boeken van Theo Thijssen verschenen voor het eerst bij uitgeverij C.A.J. van Dishoeck in Bussum. Thijssens band met zijn uitgever was meer dan zakelijk. Vandaar de titel van de wisseltentoonstelling: “Mijn vriend Van Dishoeck”. De expositie werd ditmaal geopend vanuit het P.C. Hoofthuis door de Amsterdamse antiquaar Eduard van Dishoeck, achterkleinzoon van de grondlegger van de uitgeverij, die uiteindelijk (via Agathon) opging in Unieboek. De vriendschap tussen Thijssen en drie generaties Van Dishoeck was de kern van de tentoonstelling in het Theo Thijssen Museum. Te zien waren portretten, foto’s, krantenartikelen, fondslijsten, reclamefolders, reclameborden en vele andere documenten. Plus (in een nieuwe boekenkast, ontworpen door vormgever/buurtgenoot Jeroen de Vries) een selectie van de boeken uit het fonds van Van Dishoeck die Thijssen (sinds 1907 in contact met de uitgever) zelf in de kast had staan. Conservator/samenstelster Wieneke werd ditmaal voor het eerst gesecondeerd door neerlandica Hinke Brinkman. [Ill.:] Briefhoofd van uitgeverij Van Dishoeck, ca. 1910.

De Jordaan van Theo Thijssen was niet alleen een buurt voor handarbeiders, maar ook voor talloze kleine middenstanders. Thijssens eigen vader was schoenmaker in het huidige museumpand. Aanleiding voor een expositie, die een schilderachtig beeld gaf van de vele winkeltjes en andere kleine bedrijfjes in de Jordaan rond 1900. Die werd – vanuit de filmzaal van het Amsterdams Historisch Museum – geopend door sociaal-geograaf prof.dr. Willem Heinemeijer, voorzitter van het Genootschap Amstelodamum. Een in de buurt verspreid verzoek om oude foto’s e.d. had niet veel opgeleverd; dat hadden we beter in Almere kunnen vragen. Maar in het Gemeentearchief en bij antiquaar Louis Putman vonden Wieneke en Hinke de prachtigste oude foto’s en prentbriefkaarten. Uit het Bevolkingsregister en adresboeken reconstrueerde Peter-Paul bovendien voor het omringende stukje Jordaan per huisnummer welke winkels en andere bedrijfjes daar in 1889 gevestigd waren. Daarvan is er nu nog maar één over: café De Reiger op de hoek van de Nieuwe Leliestraat en de Eerste Leliedwarsstraat, in Thijssens jeugd tapperij Groen. [c:] Lindengracht rond 1890. (Gemeentearchief Amsterdam)

CITAAT VAN DE MAAND

Ons Jong-Zijn

“Als wij met vuur redeneren over sommige zaken, als wij met zekeren vrijmoedigheid ideeën opwerpen; als we ons af en toe eens niet verbergen, dat we ons bestaan voelen, dan kan men ons dikwijls zoo koud-ontnuchterend toevoegen: ‘Weet je wel, hoe jong je nog bent?’ (…) Wij zijn de toekomstige maatschappij; van ons hangt de loop der wereldgebeurtenissen in de volgende halve eeuw voor het grootste deel af. En dat onze invloed pas begint in de jaren, die nog komen moeten, is dat een reden, om ons bestaan nu te ontkennen? Zijn de jaren, die komen minder gewichtig dan die zijn? Neen; ze zijn gewichtiger, want de wereld gaat vooruit...”

Hoofdredacteur Theo Thijssen (18) in Baknieuws, weekblad voor kweekschoolleerlingen, juni 1897 - 68 jaar vóór Provo..

 

Navigeer

Locatie

    • Eerste Leliedwarsstraat 16
    • 1015 TA Amsterdam
    • 020-4207119
    • Donderdag t/m zondag van 12.00 - 17.00

 

Nieuwsbrief

 

 

Familie Familie